Rond Ierland in Twee Weken

Een rondrit van 1300 kilometer door de mooiste delen van Ierland. Vanaf Belfast in Noord-Ierland voert deze route over bewegwijzerde paden en wegen door de heuvels van de Sperrins naar Enniskillen. Op de grens met de Republiek is het landschap woester en spannender. Bij Sligo komt men aan de Atlantische kust waarna koers zet naar Westport en Connemara. Vanaf de sprookjesachtige landschappen van Connemara kan men naar de ruige Araneilanden of via het bruisende Galway. Beide routes komen weer samen in The Burren, wederom een van de fascinerende gebieden van Ierland. Over verstilde wegen, met een veerpont over de Shannon, langs verlaten abdijen en 'Round towers' bereikt men Tralee, toegangspoort tot het Zuiden. Hier kan men een uitstap maken naar het mooie schiereiland Dingle, maar je kan ook gelijk door over een van de mooiste trajecten van Kerry, de spookachtige Ballybeamapas. Nog een heuvelrug verder daalt men af naar Glengariff aan de Bantry Baai. Hier komt men in het subtropische deel van Ierland, waar een bezoek aan de weelderige tuinen van Garnish Island eigenlijk een must is. Van Glengariff naar Cork steekt de route binnendoor over de makkelijke Cousane-pas om daarna over kleine wegen deze leuke stad te naderen. Cork verlaat men over een mooi fietspad op een oude spoortraject. Na een overtocht met een veerpont fietst men verder naar Midleton, thuisbasis voor de Jameson Whiskey-distilleerderijen. Hierna gaat lekker plat door de kustvlakte naar de badplaats Youghal. Vanaf Youghal duikt de route weer het weelderige groene Ierland in langs de Blackwater River en het mooie plaatsje Lismore, met een fraai kasteel. De kunst van het routemaken is niet de heuvels ontwijken, maar de mooiste en makkelijkste wegen er doorheen te vinden. Dat weggetje voert langzaam omhoog door de Knockmealdown Mountains, met prachtige uitzichten. aan de andere zijde daal je af naar het dal van de Suir, waaraan de sfeervolle plaatsjes Clonmel en Carrick-on-Suir liggen. Vanaf New Ross voert de route evenwijdig aan de heuvels en door vriendelijk ogende dalen naar de Wicklow Mountains. Aan de voet daarvan liggen de mystieke overblijfselen van de kloostergemeenschap Glendalough. Nevelige dalen, watervallen, overwoekerde bossen en bergmeren kun je zien op de weg die langzaam omhoog voert naar de Sally Gap bij het hoogste punt. Hierna daal je af naar het bruisende leven in de hoofdstad Dublin. Wat kan een Guinness dan goed smaken.

De Groene Ronde van Ierland

Natuurlijk is het heerlijk om zuidwaarts te fietsen, met het idee dat het weer alleen maar beter kan worden. Maar niets is zeker en de kans is groot dat je ook midden in de zomer in Frankrijk, Zwitserland of Italië door regenbuien wordt overvallen. Daarom zal een reis naar het westen, naar Ierland, waarvan iedereen juist denkt dat het daar altijd regent, een verrassing kunnen zijn als je door zonovergoten valleien oneindige vergezichten tegemoet gaat. Natuurlijk kan het de volgende dag regenen, maar de indrukwekkende landschappen blijven. Ierland is altijd door mystiek omgeven en de verhalen en legendes leven voort, zowel in boekvorm als in de muziek. Maar aan de oorsprong van die mystieke beleving ligt het landschap. De hoge bergen, met de woeste hemel daarboven, waar een straal zonlicht de heuvelflanken belicht of de wolken doet weerspiegelen in het water van een meer. De dalen die gevuld met ochtendnevel door de bossen je in alle stilte vermeende elfen doet zien, of was dat nou een vuiltje op mijn bril? Sprookjes bestaan niet, maar in Ierland kan je ze wel allemaal beleven. Bij de beklimming van een pas in het zuiden tijdens een regenbui met windvlagen, had ik het gevoel Mordor binnen te gaan. De wind guurde door de smalle pas, en overal gutste water uit de spleten van de aarde. Natuurlijk was het afzien, tegen die wind, maar het was prachtig. Bovendien was de regen niet koud en dampt alles onder een weelderige vegetatie in de lagere delen. Groen is dit land, in alle mogelijke schakeringen, van het bleekgrijze van de bergen zoals bij Connemara, of het heldergroen van de weiden op de heuvels, de donkergroene bossen bij Wicklow met hoge varens en bezaaid met mos. Maar geel is de brem, vaalgeel de veenlandschappen met het bruin van de turf die ligt te drogen en bijna overal groeit als rode tint de fuchsia.

De Aran-eilanden

De Aran-eilanden steken in het westen grijs in zee. Deze rotsachtige eilanden waren altijd kaal en steenachtig. Toch, juist omdat de eilanden moeilijk bereikbaar waren, vormden zij al eeuwen lang een veilige vestigingsplaats. Vanaf de eerste bewoners hebben zij steen voor steen muurtjes opgetrokken op alle eilanden die daarmee als een honingraat in allemaal kleine lapjes grond kon worden opgedeeld. Maar die grond moest men wel eerst zelf maken. Vanaf de kust werd steeds het aangespoelde wier binnen de omheining gelegd en vermengd met mest, net zolang tot er voldoende gras ging groeien om het vee op te laten weiden. Nog steeds grazen koeien in deze stenen percelen. Hekken kent men hier niet. Om er met vee doorheen te kunnen, breekt men een muurtje af, en bouwt het daarna weer op. Stenen zat.
Het leven is er ruig en geteisterd door de wind en de regen. Europa is ver weg. Boven op het grootste eiland staat een stenen fort uit de zesde eeuw, Dun Aengus. Een deel staat boven op een klif, waarna het loodrecht 100 meter naar beneden gaat. Een hekje staat er niet. Soms vallen er een paar roekeloze toeristen van de klif, maar men haalt de schouders op, dat hoort er nou eenmaal bij. Tegenwoordig komen er behoorlijk wat toeristen naar het grootste eiland, waar voldoende voorzieningen zijn van B&B's, hostels en zelfs een kleine camping. De meeste toeristen huren ter plaatse een fiets, waardoor je hier de hoogste fietsdichtheid van Ierland hebt en dan nog heb je een zee van ruimte. Maar dat hekje bij de klif komt er niet.

Vanaf Rossveal ten westen van Galway bij Connemara varen er dagelijks enkele boten naar het grootste eiland, Inishmoor. Dat zijn veelal rustige overtochten met redelijk brede boten. Maar er vaart ook een kleiner bootje tussen de eilanden en Doolin bij The Burren. Op alle bootjes gaan fietsen mee. Ik had mij voorgesteld dat ik met het bootje naar Doolin een perfect beeld zou krijgen van de Cliffs of Moher, de kliffen die vanuit de Atlantische Oceaan 200 meter loodrecht oprijzen. De landingsplaats Doolin (een haven kan je het moeilijk noemen) ligt daar vlakbij. Ik had mij verheugd een paar mooie foto's te maken bij nadering van de kliffen, maar een stormachtige westenwind slingerde het bootje echter van golf naar golf. Met de handen wit aan iedere reling vastgeklemd en de voeten schrap tegen de andere kant hield ik mij staande. De fietsen bleven gelukkig vastgesjord staan, maar de eigenaars keken wanhopig groen verlangend naar de aankomst. Daarom is de andere kant op helemaal niet verkeerd. Vanaf Rossveal kom je al gauw op een mooie rustige weg langs de kreken aan de zuidkant van Connemara. Daarna trekt de route door het Bogland, het veenlandschap, met kleine meertjes, waarachter de bergen verrijzen. Er liggen grote stukken land omgewoeld en de plakken turf liggen hier hoog opgestapeld te drogen. Van Clifden naar Leenaun fiets je door het hart van de Connemara. Onderweg kom je ook langs de Kylemore Abbey, een oud meisjesinternaat dat is gevestgd in een stijlvol le oude abdij langs het meer. Leenaun (ook wel Leenane genoemd, spelling is hier niet zo belangrijk) ligt aan een diepe fjord, de Killary Harbour. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden enkele schepen van de geallieerden hier verstopt omdat de Duitsers met hun onderzeeboten niet zo diep ongemerkt konden doordringen. Het landschap is echter vele malen mooier zonder die schepen. Soms lijkt het Noorwegen, soms fiets je door een bos van rhododendrons, soms is het gewoon een uniek landschap van felgroene weiden en wilde stroompjes. Schapen lopen hier los over de weg. Van auto's schrikken ze niet, maar van ons fietsers, die zo geruisloos naderen, schrikken ze des te meer.

Eten & Drinken

Louisburgh, een Amerikaanse naam voor een heel Iers plaatsje. Een van de lekkere dingen van Ierland is dat je in veel pubs vanaf twaalf uur 's middags de hele dag door warm eten kunt krijgen. Als je om drie uur 's middags met de hongerklop het dorpje binnenrolt kan je daarna je helemaal storten op een pastamaaltijd alla carbonara. Dat is met minstens drie keer zoveel vlees als in Italië, want Ieren zijn vleeseters bij uitstek. Maar langs de kust kan je ook volop verse vis krijgen en mosselen. Aardappels schept men op in grote hoeveelheden en alleen de groente moet je zelf aanvullen. Doorgaans begint je dag met een ontbijt dat, als je wil, dermate volstaat met eieren, spek (en worstjes, brrr), dat je daarmee prima tot ver na het middaguur mee kan fietsen. Maar lichtere ontbijten kan ook natuurlijk, en dat is wel een stuk gezonder. Tussen de middag eet men in Ierland doorgaans warm en als je buiten een bord ziet staan met Carvery lunches kan je binnen bij de kok aangegeven wat je op je bord wil hebben en daarna (voordelig) afrekenen. Het zijn prima maaltijden en voor vleeseters een bron van bunkering. Het lekkerst is natuurlijk een Guinness er bij drinken, maar die smaakt toch het best als je niet meer verder hoeft te fietsen, maar halve pinten bestaan ook en die kan je prima drinken om daarna weer loom te beginnen. Van Louisburgh fiets je langs de Mount Patrick naar Westport. Rechts van de weg verheft zich de berg en halverwege in het dorp Murrisk zie je het brede pelgrimspad omhoog lopen. Croagh Patrick is voor de Ieren een heilige berg. Het was op deze berg dat de monnik Patrick, die omstreeks 400 het christendom naar Ierland bracht, zich terugtrok om te mediteren en te vasten. Jaarlijks volgen duizenden Ieren ter boetedoening zijn spoor blootsvoets omhoog. Onder hen ook veel ouderen en zieken voor wie de klim zeer hard moet zijn. Zelf heb ik alleen onderaan staan kijken hoe de stippen tegen de bergwand omhoog kropen.

Ierland als Fietsland

Westport is een mooi stadje en voor Ierse begrippen ziet het er mondain uit met warmgekleurde gevels, alsof je er iedere dag de zon mag verwachten. Westport is een mooi rustpunt in de route alvorens deze verder naar het noordoosten trekt over de Lough Conn en langs de Ox Mountains naar Sligo. Achter Sligo loopt de route onderlangs de majestueuze Benbulbin en trekt dan dor de heuvels achter Florence Court Ulster binnen op weg naar Enniskillen. Vanaf daar volgt de route de bewegwijzerde nationale Sustrans-route naar Belfast. Is Ierland een fietsland? Jazeker, Ierland kent een uitgebreid netwerk van stille plattelandswegen waarop je prima kan fietsen. De route die door mij is uitgezet verloopt zoveel mogelijk over weggetjes zonder veel steile hellingen. Ieren leggen bij voorkeur hun wegen zo kort mogelijk aan, of daar nou een berg of diep dal tussen zit of niet. De wegen met een dergelijk heftig verloop heb ik dus geprobeerd te vermijden. De route loopt ook zo min mogelijk over regionale wegen en hoofdwegen. Niet dat deze wegen net zo druk zijn als in ons deel van Europa, maar de wegen zijn smal en er kunnen niet twee auto's en een fietser tegelijk passeren. Auto's rijden behoorlijk hard en alhoewel ze meestal keurig remmen en wachten tot ze voorbij kunnen, is het nooit een prettig idee dat je risico's zou moeten lopen tijdens je vakantie. De route verloopt dan ook uitsluitend korte stukjes over dat soort wegen als het echt even niet anders kan of als er een bredere berm aanwezig is.

Naar Dublin

De Aran-eilanden en Connemara behoren tot de hoogtepunten van Ierland en zijn prima te befietsen. Beide liggen in het westelijk deel van Ierland waardoor je vanaf Dublin of Cork eerst naar het westen moet doorreizen om daar te komen. Er ligt echter ook een heel mooi fietsgebied dichter bij huis waardoor je toch heel makkelijk in een week een mooi deel van Ierland kan verkennen. Vanaf (de luchthaven van) Cork loopt de route namelijk over een fietspad naar de monding van de Lee waar je kan oversteken naar het mooie havenplaatsje Cobh, waar vandaan vroeger de schepen met de migranten vertrokken. Een stuk verder komt de route in Midleton langs de historische whiskeydistilleerderijen van Jameson. Leuke slingerweggetjes leiden je verder naar het badplaatsje Youghal met mooie stranden en een gezellige binnenstad. Hierna begint wat mij betreft een van de mooiste trajecten van deze route langs de Blackwater River. Je fietst eerst langs de oevers en trekt daarna door de dichte bossen langzaam onhoog. Het is hier heerlijk verstild en de afdaling terug naar de rivier is perfect. Een van de mooiste plaatsjes in dit deel van Ierland is Lismore. Er staat een kasteel met tuin die men kan bezichtigen (het kasteel zelf niet). Maar belangrijker dan wat er staat is de aandacht waarmee de bewoners hun omgeving en ook in de volgende dorpen koestert. Met een bijna Zwitserse trots worden huizen, bloemperken, bruggen en winkelpuien verzorgt. Ik kan dit verschijnsel niet verklaren maar het was prettig om doorheen te trekken. Boven Lismore verheffen zich de Knockmealdown Mountains. De route trekt daar rustig stijgend doorheen met mooie uitzichten over de groene valleien en de andere bergen rondom. Ook hier weer grote kudden schapen die voor de fiets uit wegvluchten. Aan de andere zijde daal je af naar het dal van de Suir, waaraan het gezellige marktplaatsje Clonmel ligt. Carrick-on-Suir is ook aardig maar kleiner. Via kleine weggetjes loopt de route verder naar New Ross om dan weer de echte heuvels in te trekken die naar de Wicklow Mountains lopen. De route stijgt eerst wat en volgt dan een klein weggetje langs de flanken van de heuvels zonder veel op en neer te gaan. Daarna fiets je door een mooi stil dal waarbij de bergen aan je linkerzijde langzaam hoger worden maar waar jezelf nauwelijks stijgt. Door de bemoste bossen voert de route naar Glendalough, een andere heilige plaats voor de cultuuur van Ierland. Hier liggen aan de rand van twee meertjes de resten van een kloosterdorp dat gesticht is door St. Kevin. Het is de magie van de plek onderaan de bergen met daarin het kleine kerkje, het kerkhof en de Ronde toren, die je terugbrengen in de tijd dat hier een bloeiende gemeenschap bestond. Vlakbij Glendalough splitst de route zich in twee takken. De ene voert langzaam omhoog langs de watervallen naar Sally's Gap met prachtige uitzichten over het woeste verlaten deel van de Wicklow Mountains. De andere voert meer langs de bergen naar Enniskerry. Vlakbij dit plaatsje liggen de Powerscourt Gardens, een uitgestrekt parkgebied met een historisch landhuis. Het is niet zozeer het huis maar de daarachter liggende tuinen die je meevoeren in de aangelegde sprookjeswereld van de rijken der aarde. Beide routes lopen verder naar het centrum van Dublin, een waardig eindpunt van deze route en vanwaar je ook makkelijk met het vliegtuig weer terug kan.

Gedetailleerde Kaarten

De fietsroute bestaat uit 61 kaarten en 7 stadsplattegronden. Naast de voor de fietsroute noodzakelijke aanwijzingen is er ook veel extra informatie over bezienswaardigheden, hotels, campings en restaurants in de kaarten en hun begeleidende tekst opgenomen. En, wanneer u onverhoopt tóch een lekke band krijgt: geen nood, ook locaties van fietsenmakers worden op de kaarten weergegeven!

Hieronder, als voorbeeld, een kaart van de fietsroute rond Cork, en het hoogteprofiel van de route tussen Carrick-on-Suir en New Ross. Zulke hoogteprofielen zijn aanwezig voor alle 61 kaartbladen.

Het beste beeld van de fietsroute kunt u krijgen door het gratis traject Cork - Dublin te bekijken.

Algemene Informatie

  • Druk / jaar van uitgave: 1e druk, april 2009.
  • Routelengte: 1360 kilometer (kan in meerdere kleinere tochten verdeeld worden).
  • Zwaarte: voor het grootste deel makkelijk. Op de hoofdroute zijn slechts zes plekken waarop over korte afstand meer geklommen moet worden.
  • Veiligheid: 35 kilometer over vrijliggende fietspaden, 1245 kilometer over doodstille plattelandsweggetjes en 90 kilometer over regionale wegen met matig verkeer.